Eigenschap:Toelichting rationale
Type eigenschap
:
Tekst
Geldige waarden
:
Meerdere waarden toegestaan
:
Nee
Weergave op formulieren
:
Tekstvak
Initiële waarde
:
Verplicht veld
:
Toelichting op formulier
:
Subeigenschap van
:
Geïmporteerd uit
:
Formatteerfunctie externe URI
:
Klik op de button om een nieuwe eigenschap te maken:
Deze eigenschap kan worden gebruikt om elementen te voorzien van een toelichting op de rationale-relatie. Bron: Archimate 2.0
A
Bij inrichting en gebruik van de rijksbrede generieke voorzieningen wordt rekening gehouden met de overeenkomsten en verschillen in behoeften tussen rijksdienstorganisaties, in het bijzonder tussen de beleidskernen en de uitvoerende organisaties.
Collectieve (rijksbrede) winst of het perspectief daarop, gaat in beginsel boven individueel nadeel. Het mag echter niet zo zijn dat dit individueel nadeel de dienstverlening nadelig beïnvloedt. Om die reden moet per geval worden bezien hoe het individueel nadeel zo goed mogelijk te beperken c.q. te compenseren. +
De kwaliteit van de dienstverlening door de Rijksdienst is gebaat bij flexibiliteit van de bedrijfsprocessen (eenvoudig aanpasbaar aan veranderende omstandigheden) en stabiele betrouwbare informatie (hergebruik van gegevens i.p.v. risicovol dupliceren). De ondersteunende informatiesystemen van de Rijksdienst moeten daarom de dynamiek van de bedrijfsprocessen enerzijds en de stabiliteit en betrouwbaarheid van gegevens anderzijds, kunnen waarborgen. De Rijksdienst ontkoppelt daarvoor de stabiele opslag van gegevens en de dynamiek van de bedrijfsprocessen en functies die de gegevens registreren en/of gebruiken. +
Het Rijk maakt gebruik van bestaande en bewezen technologie. Hergebruik gaat voor inkoop en inkoop gaat voor zelfbouw. Dit verbetert de efficiency bij ontwikkeling, onderhoud, beheer en gebruik van bouwstenen en diensten. Daarnaast verbetert het de mogelijkheden op samenwerking. +
Stroomlijning van ondersteunende bedrijfsvoering en ontdubbeling van uitvoering en het toezicht bieden ministeries perspectief bij het ontwikkelen van hun departementale plannen voor het invullen van hun taakstelling. De in het rapport van de [[media:Heroverweging bedrijfsvoering, niet schaven, maar sturen.pdf | heroverweging bedrijfsvoering «Niet schaven, maar sturen»]] genoemde voorbeelden en de doorrekening van de daarin opgenomen varianten tonen dat aan.
Samen optrekken hierbij heeft het voordeel van het gezamenlijk boeken van efficiencywinst, waarvan de effecten vervolgens ook zichtbaar worden op de departementale begrotingen. De rijksbrede benadering heeft bovendien als pluspunt dat (inter)departementale herindeling in de toekomst met aanzienlijk minder ophef, frictie en kosten gepaard kan gaan. +
Door clustering van uitvoerings- en toezichtsorganisaties, met waarborg van continuïteit van het primair proces, worden bestaande dubbelingen tussen organisaties weggenomen. Het leidt tot kostenreductie en tot een meer integrale dienstverlening. +
Met de concerngedachte streeft de Rijksdienst naar maximalisering van haar efficiency. Daarmee maakt ze capaciteit (geld, mensen en middelen) vrij die ingezet kan worden op verbetering van de kwaliteit en effectiviteit van haar primaire dienstverlening. Het Rijk als concern impliceert daarom een zo hoog mogelijke eenheid (uniformiteit) in de wijze waarop de taken (diensten) van de rijksorganisaties worden bestuurd en georganiseerd naar mensen en middelen. Een rijksorganisatie onderscheid zich door de unieke expertise die ze heeft met betrekking tot een deel van het takenpakket van de Rijksdienst. Als het gaat om zaken als organisatiestructuur, gebruik van voorzieningen, ondersteuning van primaire bedrijfsfuncties, etc. hanteert de Rijksdienst een uniforme architectuur. +
De overheid moet vanuit afnemersperspectief bezien functioneren als een geïntegreerd geheel. Dit raakt de interactie met de samenleving, maar ook de interne interactie tussen overheidsinstellingen. Toedeling van overheidstaken aan bestuurslagen en organisaties moet geschieden vanuit overheidsbreed perspectief op doelmatigheid, effectiviteit, kwaliteit en professionaliteit. Soms vergt dat decentralisatie van taken en soms juist bundeling van taken.
Een goed geïntegreerde organisatie:
*voert vergelijkbaar werk niet meervoudig per departement uit, maar richt het in als gedeelde dienst die elk departement kan afnemen van een aanbieder.
*verdeelt beschikbare capaciteit (personeel, voorzieningen) optimaal over de structureel uit te voeren taken, maar is ook in staat om haar capaciteit flexibel aan te wenden als een situatie daar incidenteel om vraagt. +
Met de concerngedachte streeft de Rijksdienst naar maximalisering van haar efficiency. Daarmee maakt ze capaciteit (geld, mensen en middelen) vrij die ingezet kan worden op verbetering van de kwaliteit en effectiviteit van haar primaire dienstverlening. Het Rijk als concern impliceert daarom een zo hoog mogelijke eenheid (uniformiteit) in de wijze waarop de taken (diensten) van de RD-organisaties worden bestuurd en georganiseerd naar mensen en middelen. Een RD-organisatie onderscheid zich alleen van collega-organisaties door de unieke expertise die ze heeft met betrekking tot een deel van het takenpakket van de Rijksdienst. Als het gaat om zaken als organisatiestructuur, gebruik van voorzieningen, ondersteuning van primaire bedrijfsfuncties, etc. hanteert de Rijksdienst een uniforme architectuur. +
B
Nederlanders zijn dienstverlening op hoog niveau gewend en meer en meer digitaal. Dat is het referentieniveau voor burgers en bedrijven in hun relatie met de rijksdienst. Men verwacht snelle en klantvriendelijke dienstverlening, waarbij gebruiksgemak voorop staat. Men wil niet van het kastje naar de muur gestuurd worden en geen onnodige bureaucratie en administratieve lasten ondervinden.
Uitgangspunten die Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen, uitvoeringsorganisaties hierbij hebben vastgesteld:
#de vraag staat centraal
#snelle en zekere dienstverlening
#wij opereren als één overheid.
#eenmalige uitvraag gegevens
#transparant en aanspreekbaar
#efficiënt werken +
C
Externe dienstverleners o.g.v. dataopslag en -beheer moeten waarborgen dat zij de door hun beheerde data niet ter beschikking stellen aan niet-Nederlandse overheden. Op basis van "save haven regulations‟ is het mogelijk data te laten beheren door organisaties buiten de Nederlandse grenzen. +
D
Dit principe draagt ten volle bij aan het uitgangspunt van Compacte Rijksdienst, waarin wordt gesteld dat een rijksmedewerker in dienst is van één werkgever (het Rijk) en daarbij geïdentificeerd kan worden met één unieke digitale identiteit. +
Onderhoud en beheer van personeelsdossiers is van oudsher een (uitvoerende) verantwoordelijkheid van het HRM-domein. Om die reden ligt het voor de hand om het onderhoud van personen met een werkrelatie bij het Rijk, te beleggen bij het HRM-domein. Dit domein heeft uitvoerende verantwoordelijk m.b.t. correcte registratie van personen en werkrelaties, in opdracht van het ter zake bevoegde lijnmanagement. Het HRM-domein geeft daarmee uitvoering aan het rijksbreed ontwikkelde bedrijfsproces “intake werkrelaties”. +
De registratie van personen in RIdM, ondersteunt de functie middelenbeheer met de mogelijkheid tot het koppelen van voorzieningen aan unieke identiteiten. Voor de herleidbaarheid bij federatieve toegang, moeten organisaties van het Rijk er voor zorgen dat sluitende en naleefbare afspraken worden gemaakt met externe identity providers. Bij misbruik van voorzieningen door personen die via een externe identity provider zijn geïdentificeerd en krachtens die identiteit toegang hebben gekregen, moet de betreffende identity provider dat misbruik op verzoek van het Rijk kunnen herleiden tot een verantwoordelijke persoon.De externe identity provider is in principe aansprakelijk voor de acties van de betreffende identiteiten. +
Inzagerecht is van belang om de kwaliteit van de informatie te kunnen toetsen aan de feitelijke bron (de persoon zelf), maar vooral ook om tegemoet te komen aan het vertrouwen in de relatie tussen de persoon en het Rijk (privacy aspect). +
Om fraude en misbruik op basis van informatie/locaties tegen te gaan is o.a. noodzakelijk dat er een eenduidige authentieke bron van ID-gegevens ontstaat. RIdM is deze authentieke bron. Het is daarom noodzakelijk dat iedereen die toegang heeft tot de voorzieningen van het rijk in deze authentieke bron voorkomt. +
Op basis van de Wet Identificatieplicht wordt altijd een toets uitgevoerd bij het aangaan van een werkrelatie (intakeproces). Hierbij worden naast algemene persoonsgegevens, zoals NAW, geboortedatum, etc. ook de uniek identificerende gegevens geregistreerd, bijv. paspoortnummer en BSN. Dit principe legt aan het (her)gebruik van de uniek identificerende gegevens (en dus niet aan de algemene persoonsgegevens) beperkingen op, teneinde tegemoet te komen aan wettelijke vereisten op gebied van privacy.
Het (her)gebruik van de uniek identificerende gegevens wordt beperkt tot het toetsen of een persoon al in het register RIdM is opgenomen, teneinde de unieke identiteit van een persoon in de context van het Rijk te kunnen waarborgen. Dit principe laat onverlet het gebruik van uniek identificerende gegevens op grond van een wettelijke verplichting (zoals het gebruik van het BSN voor de gegevensuitwisseling met de Belastingdienst). +
Een werkrelatie wordt altijd aangegaan (of gewijzigd) met een duidelijk bedrijfsdoel. De vanzelfsprekende eigenaar van dat bedrijfsdoel is het bevoegd gezag. De registratie van een werkrelatie gebeurt daarom altijd vanuit de verantwoordelijkheid van het betreffende bevoegd gezag. +
De wet bescherming van persoonsgegevens (WBP) is bedoeld om de privacy van personen te waarborgen en is ook van toepassing op Toegang/RIdM. +
De invulling van het toegangsbeleid dient het plaats-, tijd-, en apparatuuronafhankelijk werken maximaal te ondersteunen. Ongeacht de plaats waar wordt ingelogd, moet het mogelijk zijn dezelfde logische toegang te verkrijgen, tenzij bijzondere omstandigheden dit niet toestaan. Denk aan gecontroleerde ruimtes die als enige toegang bieden tot informatie die staatsgeheim is. +
Rijksportaal en de DWR Samenwerkingsfunctionaliteit (SWF) overlappen daarmee functioneel en moeten worden geconsolideerd tot één functionele voorziening.
Alternatief is de afweging maken om gebruikers te laten kiezen voor 'gratis' samenwerkingsplatfora uit de markt in plaats van deze zelf te ontwikkelen. Alleen voor het delen van vertrouwelijke informatie moet er dan (via Rijksportaal) een eigen specifieke beveiligde rijksomgeving komen voor delen van documenten.
(tekst is niet letterlijk van de bron, maar afgeleid) +
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 24 jun 2019 om 15:17. Vragen of opmerkingen over deze pagina kunnen naar PostbusRORA [@penstaartje] minbzk.nl